Column·Een kattenleven·Verhalen

Als katten zelf hun baasje kiezen

Lekker knus zit ik in de sofa, met aan m’n voeten twee lieve katjes.
Het ene poesje ligt in haar mandje, opgerold tot een broos, lief wezentje dat je zo wilt knuffelen.
De andere kat ligt languit op de mat voor de tv, klaar om gestreeld te worden.

Enkele jaren geleden zat ik hier alleen, zonder huisdieren die me gezelschap hielden.
Hieronder lees je het merkwaardige verhaal hoe deze lieve diertjes mijn leven binnen wandelden.
Letterlijk binnen wandelden…

Ik woon in een gelijkvloers appartement met een kleine tuin.
Een groot schuifraam over de hele breedte geeft toegang tot die tuin.

Enkele jaren geleden, op een zonnige maar frisse januari-ochtend staan daar plots twee paar ogen naar mij te gluren. Twee katjes staan broederlijk en zusterlijk naast elkaar naar binnen te turen.
De buurt kent wel meerdere katten maar nog nooit heeft een kat zo dicht in de tuin zich zo komen opdringen. Of mij zitten observeren. En nu staan ze daar plots met twee. Mooi in katten-zit-houding.

Het ene katje is heel tenger gebouwd. Grijs-zwart gestreept patroon. Een zwarte lijn op haar ruggengraat. Een wit hangbuikje als een wollen pluisje. Witte voetjes. En een lief, teder snoetje. Met ogen die recht door je heen kijken.
Een pracht van een katje.

De andere kat, wellicht een mannetje, is struis gebouwd. Helemaal zwart, maar eveneens witte poten. Vol zelfvertrouwen. Stevig opgericht.

Ik schenk er niet te veel aandacht aan, hoe lieflijk ze ook zijn.
Ze zien er goed verzorgd uit, dus hebben ze ongetwijfeld een baasje dat op hen zit te wachten.

Maar het zijn doorzetters. Ze komen terug. Dag na dag.
Ik kijk rond in de buurtwinkels, op de palen langs de straten in de omgeving, in de brievenbus, maar nergens vind ik een boodschap dat iemand op zoek is naar z’n verloren katjes.
En toch ben ik ervan overtuigd dat het geen straatkatten zijn.
Ik zet dus ook door en geef hen geen eten en drinken, hoe hardvochtig dat ook lijkt.

Ze blijven komen. Ze geven niet op. En wachten tot ik hun boodschap begrepen heb.
Meer dan twee weken lang zetten we elk op onze eigen manier door.
Zij blijven geduldig wachten. Ik kijk rustig toe zonder iets te ondernemen.

De Liefde, die hier niet inwoont, aanschouwt het met een glimlach.
En besluit uiteindelijk: ‘Het lijkt er op dat deze katjes zelf hun eigen baasje hebben uit gezocht.’

Ik zet hen hun eerste maaltijd voor.
Het grijze katje stapt zonder schroom naar binnen. De zwarte kat houdt zich op in de tuin, aan het raam.
Zonder dat we het beseffen hebben ze elk hun favoriete ruimte toegeƫigend. Dat zal later nog blijken.

Maar beiden tevreden dat hun nieuwe baasje hen eindelijk heeft begrepen!