Column·Het schrijversleven·Verhalen

Een gesloten boek

Ik ben een gesloten boek. Altijd al geweest.
Als kind. Als tiener. Als volwassene. Ook nu nog.
Slechts een enkeling slaagde er in om me te doorgronden, kende me door en door.
De spreuk ‘Stille waters hebben diepe gronden‘ kreeg ik wel vaker te horen.

En nu besluit ik een schrijversblog op te starten, met o.a. verhalen uit het leven gegrepen.
Het is geen evidente keuze.

Waarom ben ik een gesloten boek? Waarom vertel ik weinig over mezelf?
Omdat anderen niets over mij zouden mogen weten? Nee, dat is geen drijfveer.

Maar waarom zouden anderen interesse hebben in mijn verhaal?
Wat heb ik te vertellen dat een ander kan boeien?
Waarom zouden anderen mijn verhalen willen lezen?

Toen ik startte met het schrijven van korte teksten bij zelf gemaakte beelden,
liet ik voor de eerste keer in mijn ziel kijken.
En dat bleek plots zo gewaardeerd.
Ik gaf moed aan mensen. Ik gaf hen begrip. Ik gaf hen (h)erkenning.
En nochtans had ik niets gedaan. Ik had enkel maar wat woorden op papier gezet.

Nu slaag ik er beter in om dit vanuit een ander perspectief te benaderen.
Ik lees bijzonder graag oorlogsverhalen. Nochtans heb ik totaal geen interesse in de oorlog op zich: oorlogsfeiten, wapendetails, het politiek verloop,… Het boeit me weinig.
Maar toch raak ik telkens opnieuw gebeten door oorlogsverhalen.
Omdat het om persoonlijke verhalen van mensen gaat. Hun verhaal slaagt er in om mij te laten voelen wat oorlog betekent, wat het met een mens doet.
De authenticiteit ervan raakt me tot in het hart.
Het zorgt er voor dat je met een andere blik naar het leven kijkt.

Ik heb niets van die aard mee gemaakt, dat het vertellen waard is.
Maar een persoonlijk verhaal doet mensen voelen.
Het authentieke van een persoonlijk leven raakt.

Misschien kan ik in dat opzicht iets voor mensen betekenen.
Met mooie woorden en beelden.
Misschien is het de moeite waard om dat gesloten boek stilaan wat meer te openen.
Met mooie verhalen, met een lach en een traan, met gewone verhalen uit het dagelijkse leven. Maar evenzeer met af en toe een woord van troost en bemoediging.

Hierbij gun ik jullie graag een inkijk in verschillende delen van mijn leven:
het schrijversleven, het innerlijke leven, het plattelandsleven, het reizigersleven en het kattenleven bij mij thuis.

Maar ook voor gedichten en geluksmomentjes zit je hier goed.

Voel je welkom šŸ™‚

Column·Het innerlijke leven·Het schrijversleven·Verhalen

Een leven lang op zoek naar woorden

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Ik was een gezonde peuter
maar praten deed ik niet.
Een omgeving vol bezorgdheid
maar niet m’n moeder.
Zij had vertrouwen.
‘Geef haar de tijd, het komt goed.’
Ik zat in de 2de kleuterklas
toen ik de eerste woorden vond
maar ze lieten zich niet makkelijk vinden.

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Een zus als een spraakwaterval.
De woorden die ik te weinig had, had zij te veel.
Knikken, dat kon ik goed.

Op school was ik de ‘stille’
en dus geliefd bij de juf of de meester.
Maar van klasgenootjes kreeg ik wel vaker te horen
dat ik wat meer mocht zeggen.

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Discussies, ruzies,
woordenwisselingen, meningsverschillen.
Radeloos,
machteloos
zocht ik naar de woorden
om me kenbaar te maken
maar ik vond ze niet.

Steeds vaker kwamen de tranen
tranen van verdriet
om de woorden die ik niet vond.

Zakelijke woorden.
Op school. Op het werk.
Ja, die waren er.
Maar woorden
om mezelf kenbaar te maken
om mezelf uit te drukken
nee, die had ik niet.

Tranen liepen telkens opnieuw over m’n wangen.
Voor elk verloren woord een traan.

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Na meer dan veertig jaar
besluit ik de pen te nemen.
En plots komen die woorden
waar ik zo lang naar heb gezocht.

Ze zaten niet in m’n hoofd.
Ik zocht op de verkeerde plek.
Ze zitten in m’n hart.

Een leven lang op zoek naar woorden.
Nu besluit ik te schrijven.
Ik, degene die een leven lang geen woorden vond, ik ga schrijven.

Column·Het schrijversleven·Verhalen

De ontdekking van het schrijversbestaan

Buiten raast de wind door de bomen.
Bladeren in vele kleuren dwarrelen op de grond neer.

Zo guur als het buiten is, zo gezellig is het binnen.
Enkele kaarsjes te midden van wat sparappels.
Een vrolijke eekhoorn en een lachende egel kijken me vrolijk aan.

Met de voeten omhuld in warme pantoffels plof ik me neer in m’n schrijversstoel.
Een kop koffie bij de hand.

Losse ideeƫn komen en gaan.
Andere teksten worden herschreven.
Uren aan een stuk wijd ik me aan dit nieuwe leven: het schrijversleven.
Wie had ooit gedacht dat ik hier zoveel plezier aan zou beleven.
Je rolt niet zomaar in het schrijversbestaan. Ik toch niet. Integendeel.

Als kind was ik er altijd van overtuigd dat schrijven niet aan mij besteed was,
des te meer aan mijn zus. Zij had een overvloed aan fantasie.
Sprookjes schrijven, verhalen noteren, opstellen maken,…
Daarvoor moest je bij haar zijn.

Tijdens m’n studies en later in het werkveld bleek ik die pen toch beter te hanteren.
Zakelijk schrijven dus: handleidingen opstellen, verslagen maken en uiteenzettingen opmaken. De complimenten kwamen met de regelmaat van de klok terug.
Mooi. Leuk. Maar dat is werk gerelateerd. Dus dan stopt het al snel.

Ik had vele hobby’s en bezigheden. Maar schrijven? Nee, dat zat er niet in.
Bakken deed ik als kind al. Ik nam de hobby terug op.
De collega’s van destijds hebben er veel plezier aan beleefd. Elke maandag stond er minstens Ć©Ć©n geurige taart tijdens de pauze hapklaar. Enthousiast waren ze in elk geval.

Het was de eerste blog waar ik mee experimenteerde: recepten voor bakideeƫn. Pruimentaart, zwarte woud taart met veel slagroom, maar ook veel chocolade-ideeƫn.
En toch was het geen lang leven beschoren. Ik stopte er behoorlijk snel mee. Ik had enerzijds te weinig ‘creatieve’ ideeĆ«n, en anderzijds wou ik het te goed doen. Van elke tussenstap een foto maken… Dat was niet echt haalbaar.
En laat ons eerlijk zijn: mijn lichaam was toch niet zo blij met die overtollige kilo’s.

Daarna gaf ik me over aan een andere hobby. Fotograferen. Je ziet het, dat schrijversbestaan was er nog zo snel niet. Ook dit mondde uit in een blog, een fotoblog.
Deze blog kende een minder goede start. Tja, ik mag dan wel af en toe eens een goed beeld schieten, een topfotograaf ben ik nu ook weer niet.

Dus moest er een andere meerwaarde zijn. Ik besloot hier en daar een klein tekstje bij de foto te schrijven. Teksten van bezinning en inspiratie.
En, tegen alle verwachting in, sloeg dat wel aan.
Ik kreeg hartverwarmende en pakkende reacties.
Ik keek er met gemengde gevoelens naar. De insteek was een fotoblog en dus had ik liever zulke reacties gekregen op de beelden die ik gemaakt had.
Maar het is natuurlijk altijd fijn als je te lezen krijgt dat je iemand z’n hart hebt geraakt, of dat de tranen in de ogen stonden.
Omdat de insteek een fotoblog was, strandde ook deze poging.
Het klinkt misschien ondankbaar, maar dat is het allerminst. Uiteindelijk hebben de mooie complimenten tot verdere groei geleid.

Ondertussen las ik terug wat vaker dan vroeger. Het boek ‘Tussen twee werelden’ van Franco Faggiani belandde op mijn schoot.
De vijftigjarige Leo verhuist samen met zijn autistische pleegzoon naar de bergen. Om er te leven in hun eigen tempo, ver weg van de stad. Om er brood op de plank te leggen schrijft hij korte boeken, die hij zelf voorziet van foto’s uit zijn omgeving.
Het is een beeld dat me nooit meer heeft los gelaten. Als een droombeeld. Het is de eerste keer dat ik er zelf aan dacht om te beginnen met schrijven. De fotoblog had bewezen dat ik het kon, en dat ik er eigenlijk ook wel plezier in vond.

Maar ja, waar moest ik dan over schrijven. Fictie? Dat zou pas een lachertje worden.
Non-fictie? Over welk thema? Ik heb geen specialisaties…
Het plan bleef in de kast liggen.

Maar de complimenten over schrijven keerden regelmatig terug. Met vaak als laatste zin ‘Je moet daar iets mee doen’. Wat kan een zoektocht soms lang duren…

Lezen in plaats van schrijven. Dat werd het voorlopig. Ik las o.a. ‘Caravandagen‘ van Evelien De Vlieger, en ‘Op het opabankje’ van Jos Lammers. Verhalen en columns uit het leven gegrepen.

En plots komen de verschillende mogelijkheden uit het niets aanwaaien: foto’s met inspirerende teksten, recensies van boeken, en verhalen uit het leven gegrepen. Een mooie bundeling van variĆ«rende teksten, woorden en beelden.

Het leidt tot een derde poging van een blog. Een schrijversblog. Dit blog: Inge Schrijft.
Derde keer, goede keer? Wie zal het zeggen? Ik heb geen glazen bol, en wellicht maar goed ook. Anders had ik de vorige pogingen nooit ondernomen. Maar ze hebben wel bij gedragen tot waar ik nu sta.

Zo belandde ik dus in het schrijversbestaan.
De toekomst zal wel uitwijzen of het een lang leven beschoren is.

Als we er maar telkens opnieuw plezier aan beleven šŸ™‚

Column·Het schrijversleven·Verhalen

De start van een nieuw verhaal

Een leven lang op zoek naar het kleine geluk in de wereld, op zoek naar verwondering.
Telkens opnieuw kom ik uit bij woorden en beelden.

Woorden in een quote die me raken tot in het diepst van m’n hart.
Verhalen die blijven hangen. Boeken die schoonheid brengen.

Beelden in de vorm van foto’s.
Landschappen die nog lange tijd nazinderen op mijn netvlies.
Foto’s die de pracht en de schoonheid van de wereld dichterbij brengen.

Aanvankelijk woorden en beelden van anderen die mijn leven verrijken.
Later de eerste stappen in het creƫren van eigen beelden.
En nog later brachten die eigen beelden inspiratie tot het creƫren van eigen woorden.

En zo wordt het tijd om beide samen te brengen, in de start van een nieuw, eigen verhaal. De start van deze blog.

Woorden die beelden versterken. Beelden die woorden meer kracht geven.
Maar evenzeer beelden zonder woorden. Of woorden die geen beelden nodig hebben.

Welkom bij Inge Schrijft.