Column·Het innerlijke leven·Verhalen

Een klein grassprietje

Mensen zeggen wel vaker dat het voor mij eenvoudig is om te leven
met zo’n gemakkelijk leven achter de kiezen.
Was het maar waar.

Ze weten niet wat er schuil gaat achter dat leven dat ze niet kennen.
Het is zoals de opmerking dat wie in het onderwijs werkt
niet weet wat werken is, omdat ze enkel de vakanties zien.
Of anderen die enkel het geld zien dat zelfstandigen binnen rijven.

Het is een feit dat mijn gezicht niet getekend is door de tand des tijds,
het verdriet uit het verleden.
Een mooi geschenk van het leven waar ik blij mee ben,
ook al volhardt het anderen in hun idee
dat ik een gemakkelijk leven heb gekend tot nu toe.

Ik zou kunnen reageren met een opsomming die het tegendeel bewijst.
Ik had net zoals die anderen kunnen kijken naar de overkant, die zoveel groener is,
mezelf wentelen in medelijden dat het leven van anderen zoveel beter is,
dat het leven oneerlijk is.

Hoe hard het leven soms ook is geweest,
ik ben altijd op zoek gegaan
naar dat ene kleine groene grassprietje
in m’n eigen tuin.

Soms zat het diep verscholen tussen veel onkruid.
Een andere keer vond ik een handjevol vrolijke sprietjes.
Als ik lang genoeg zocht,
soms tegen beter weten in,
dan vond ik hier en daar
een kleurige bloem wiens hart zich liefdevol naar de zon richtte.

Het is soms zwoegen
maar kijken naar de overkant
brengt zeker geen vreugde in mijn eigen tuin.

Ieders leven is als een rozentuin,
met rozen én doornen.
Soms voel je enkel de doornen,
maar als je wat behendiger wordt
én je richt op je eigen tuin,
dan kan je er in slagen om de doornen te ontwijken
en meer oog te hebben voor de rozen.

Column·Het plattelandsleven·Verhalen

Een wandeling zonder bestemming

Enkele jaren geleden ben ik op zoek gegaan naar een wandeling in de nabije omgeving
die me dichter bij de natuur brengt en waarvoor ik de wagen niet van stal moet halen.
Ik ben uitgekomen op een wandeling van 6 à 7 kilometer
die me langsheen de velden brengt van een typisch Vlaams landschap.

Vlak land maar door een lichte glooiing niet zo plat als aan de kust.
De glooiing biedt boeiende weidse uitzichten.
Ten minste, boeiend als je er oog voor hebt.

Het land wordt gekenmerkt door enkele boerderijen, her en der verspreid.
De akkers worden omgeven door een bonte afwisseling van stenen en houten paaltjes,
verbonden met prikkeldraad, schots en scheef neer gepland
om de grens met het aanpalend erfgoed vast te leggen.

Oude, verroeste toegangspoorten die wijzen op vervlogen tijden,
waarvan je je afvraagt of ze nog steeds dienst doen.
Achter een hoekje of bij een inkijkje tussen enkele bomen
een waterpomp op pensioen.
Een oude melkkan die werd omgebouwd tot een brievenbus.

Ik noem het mijn ‘pensioenwandeling’.
Want als je op pensioen bent dan mag je wandelen zonder bestemming,
dan kan je de tijd nemen om te zien wat je anders niet ziet.

Zo’n wandeling waarmee je elke dag begint omdat verre reizen niet meer hoeven,
omdat je dat wat dichtbij is veel meer kan appreciëren dan vroeger.

Mijn pensioenwandeling…
meer dan 20 jaar vóór mijn pensioen.

Anderzijds is het een wandeling met veel bestemmingen.
Vaak onverwacht brengt een bepaalde aanblik je naar zomerse bestemmingen.

Een rij bomen, badend in een zacht licht, en heerlijk lange schaduwen,
kan heel even het gevoel van Toscane oproepen.
Soms waan je je in Frankrijk,
met een veld vol gele bloemen langs de zachte glooiing van het land,
in het gouden licht van een ondergaande zon.

Voor velen misschien een hele saaie wandeling,
maar als je je zintuigen ten volle hun werk laat doen,
dan brengt het je telkens opnieuw verwondering en schoonheid.

Column·Het reizigersleven·Verhalen

Toppenverzamelaars

Toppenverzamelaars. Ik vind het een magnifiek woord.
Het staat voor bergbeklimmers die zoveel mogelijk bergtoppen
aan hun verzameling willen toevoegen.
Maar je hoeft geen bergbeklimmer te zijn om toppen te verzamelen.

De Zugspitze is de hoogste berg in Duitsland, op de grens met Oostenrijk.
Vanuit beide landen kan je de kabelbaan nemen die je brengt
naar een platform in de omgeving van de Zugspitze.

Je vertoeft er letterlijk tussen de bergtoppen in vele tinten blauw.
Vaak ga je letterlijk op tussen de wolken die je alle zicht benemen.
Om kort nadien toeschouwer te worden van een magnifiek landschap
dat zich voor je ogen ontvouwt.

Je ruikt er de frisheid van de ongerepte natuur
en proeft er de kilte van het hooggebergte.
Je hoort er de wind en oprukkende kraaien
die cirkelen boven de mensen op zoek naar verloren etensresten.

De hoogste bergtop wordt geflankeerd door een kruis.
De ‘echte’ bergbeklimmers nemen geen kabelbaan
om de 2962 meter hoge berg te beklimmen.

Maar er zijn nog zoveel andere toppenverzamelaars
die niet tevreden zijn met een blik op die ene bergtop.
Ze hebben geen oog voor de stille natuurpracht.
Hun enige doel is een selfie met het kruis op de bergtop.

Ze moeten daarvoor eerst klauterend afdalen van het platform
om dan met handen en voeten
halsbrekende toeren te verrichten langs puntige rotsen omhoog.
En dan langs een dunne richel
met een indrukwekkend ravijn langs de flanken.

Onvoorbereid, in short en t-shirt,
op sandalen of eenvoudige sneakers,
in temperaturen die net boven het vriespunt uitkomen,
zoon en dochterlief van nog geen vijf jaar oud
meezeulend in hun kielzog.
Waanzin ten top.

Maar achteraf heb je een selfie als bewijs,
en ogen die niets hebben gezien.

Het verzamelen van toppen,
al dan niet bergtoppen,
is het nieuwe goud in deze tijd.

Het voelen van adrenaline gaat boven het uitdiepen van onze zintuigen.

Column·Het innerlijke leven·Het schrijversleven·Verhalen

Een leven lang op zoek naar woorden

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Ik was een gezonde peuter
maar praten deed ik niet.
Een omgeving vol bezorgdheid
maar niet m’n moeder.
Zij had vertrouwen.
‘Geef haar de tijd, het komt goed.’
Ik zat in de 2de kleuterklas
toen ik de eerste woorden vond
maar ze lieten zich niet makkelijk vinden.

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Een zus als een spraakwaterval.
De woorden die ik te weinig had, had zij te veel.
Knikken, dat kon ik goed.

Op school was ik de ‘stille’
en dus geliefd bij de juf of de meester.
Maar van klasgenootjes kreeg ik wel vaker te horen
dat ik wat meer mocht zeggen.

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Discussies, ruzies,
woordenwisselingen, meningsverschillen.
Radeloos,
machteloos
zocht ik naar de woorden
om me kenbaar te maken
maar ik vond ze niet.

Steeds vaker kwamen de tranen
tranen van verdriet
om de woorden die ik niet vond.

Zakelijke woorden.
Op school. Op het werk.
Ja, die waren er.
Maar woorden
om mezelf kenbaar te maken
om mezelf uit te drukken
nee, die had ik niet.

Tranen liepen telkens opnieuw over m’n wangen.
Voor elk verloren woord een traan.

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Na meer dan veertig jaar
besluit ik de pen te nemen.
En plots komen die woorden
waar ik zo lang naar heb gezocht.

Ze zaten niet in m’n hoofd.
Ik zocht op de verkeerde plek.
Ze zitten in m’n hart.

Een leven lang op zoek naar woorden.
Nu besluit ik te schrijven.
Ik, degene die een leven lang geen woorden vond, ik ga schrijven.

Column·Het innerlijke leven·Verhalen

Onzekerheid

Ik ben van nature een rustig persoon.
Om die rust en harmonie te bewaren probeer ik onzekerheden
zoveel als mogelijk uit mijn leven te bannen.
Maar onzekerheden dragen soms ook kansen in zich.
Ze bieden de mogelijkheid tot vernieuwing en verandering.

We moeten niet veranderen om te veranderen, of ons vergalloperen in vernieuwing.
Ook al lijkt dat wel het devies van de huidige tijd.
Maar als je vast zit en de huidige omstandigheden bieden geen uitweg,
beloven geen kans op beterschap, ondanks de vele pogingen van geduld,
dan is het soms toch nodig om in te zetten op vernieuwing.

Het nemen van een risico opent dan deuren naar nieuwe bestemmingen,
die ongetwijfeld leiden tot beterschap.
Het verdragen van onzekerheid is dan een nieuwe eigenschap
die we moeten ontwikkelen, of zelfs omarmen.

Vertrouwen dat het goed komt, zonder krampachtig vast te houden,
maar een rustig loslaten van die angst,
in het rotsvast geloof dat wijsheid voortkomt uit rust,
en niet opgeslagen ligt in het maken van zorgen.

Ik laat de onzekerheid toe
zodat nieuwe mogelijkheden
zich in alle rust kunnen ontwikkelen.

Column·Een kattenleven·Verhalen

Als katten zelf hun baasje kiezen

Lekker knus zit ik in de sofa, met aan m’n voeten twee lieve katjes.
Het ene poesje ligt in haar mandje, opgerold tot een broos, lief wezentje dat je zo wilt knuffelen.
De andere kat ligt languit op de mat voor de tv, klaar om gestreeld te worden.

Enkele jaren geleden zat ik hier alleen, zonder huisdieren die me gezelschap hielden.
Hieronder lees je het merkwaardige verhaal hoe deze lieve diertjes mijn leven binnen wandelden.
Letterlijk binnen wandelden…

Ik woon in een gelijkvloers appartement met een kleine tuin.
Een groot schuifraam over de hele breedte geeft toegang tot die tuin.

Enkele jaren geleden, op een zonnige maar frisse januari-ochtend staan daar plots twee paar ogen naar mij te gluren. Twee katjes staan broederlijk en zusterlijk naast elkaar naar binnen te turen.
De buurt kent wel meerdere katten maar nog nooit heeft een kat zo dicht in de tuin zich zo komen opdringen. Of mij zitten observeren. En nu staan ze daar plots met twee. Mooi in katten-zit-houding.

Het ene katje is heel tenger gebouwd. Grijs-zwart gestreept patroon. Een zwarte lijn op haar ruggengraat. Een wit hangbuikje als een wollen pluisje. Witte voetjes. En een lief, teder snoetje. Met ogen die recht door je heen kijken.
Een pracht van een katje.

De andere kat, wellicht een mannetje, is struis gebouwd. Helemaal zwart, maar eveneens witte poten. Vol zelfvertrouwen. Stevig opgericht.

Ik schenk er niet te veel aandacht aan, hoe lieflijk ze ook zijn.
Ze zien er goed verzorgd uit, dus hebben ze ongetwijfeld een baasje dat op hen zit te wachten.

Maar het zijn doorzetters. Ze komen terug. Dag na dag.
Ik kijk rond in de buurtwinkels, op de palen langs de straten in de omgeving, in de brievenbus, maar nergens vind ik een boodschap dat iemand op zoek is naar z’n verloren katjes.
En toch ben ik ervan overtuigd dat het geen straatkatten zijn.
Ik zet dus ook door en geef hen geen eten en drinken, hoe hardvochtig dat ook lijkt.

Ze blijven komen. Ze geven niet op. En wachten tot ik hun boodschap begrepen heb.
Meer dan twee weken lang zetten we elk op onze eigen manier door.
Zij blijven geduldig wachten. Ik kijk rustig toe zonder iets te ondernemen.

De Liefde, die hier niet inwoont, aanschouwt het met een glimlach.
En besluit uiteindelijk: ‘Het lijkt er op dat deze katjes zelf hun eigen baasje hebben uit gezocht.’

Ik zet hen hun eerste maaltijd voor.
Het grijze katje stapt zonder schroom naar binnen. De zwarte kat houdt zich op in de tuin, aan het raam.
Zonder dat we het beseffen hebben ze elk hun favoriete ruimte toegeëigend. Dat zal later nog blijken.

Maar beiden tevreden dat hun nieuwe baasje hen eindelijk heeft begrepen!

Column·Het innerlijke leven·Verhalen

Volgzaam

Ik ben altijd ‘de brave’ geweest. Altijd.
Zolang als ik leef.
Als baby, als peuter, als tiener, als volwassene.
Met mij kon je de deur uit.
Ik zou je nooit beschamen.
Braaf. Zwijgzaam. Volgzaam.

Zowel thuis als buitenshuis.
Ik luisterde goed en deed wat er van me werd gevraagd.
Op school was ik het ‘voorbeeld’ waar iedereen naar verwees.
Ik voerde uit en deed het bovendien op de wijze waarop men het verwachtte.
Een schoolvoorbeeld.
Braaf. Zwijgzaam. Volgzaam.

En op het werk? Wat dacht je?
Ik dacht in functie van het team.
Ik zette me in voor de groep, voor het bedrijf.
Ik werkte snel en efficiënt, zonder eigendunk.
Jawel, iemand om te klonen.
Braaf. Zwijgzaam. Volgzaam.

Een eerste hobby. Fotograferen.
Anderen zijn je voorgegaan.
Zij zullen het dus wel weten. Hoe je iets aanpakt.
Op welke manier je iets op beeld zet.
Wat het beste werkt.
En ergens, in kleine lettertjes, al snel vergeten:
Volg je eigen weg. Vergeet niet te genieten.

Een nieuwe hobby. Schrijven.
Welke openingszin je moet gebruiken.
Wat je kan schrijven zodat de lezer het graag leest.
Hoe je een tekst of gedicht moet opbouwen.
En ook hier ergens verloren tussen te veel tekst:
Volg je eigen weg. Vergeet niet te genieten.

Braaf. Zwijgzaam. Volgzaam.

Ik kan je zeggen: het werkt niet.
Voor geen meter.
Ik herhaal het nog eens: het werkt niet.
Voor geen meter.

Niet elk familielid, niet elk klasgenootje, niet elke collega
kon deze werkwijze appreciëren.
Het is waar. Ik had ook hen kunnen volgen.
Braaf. Zwijgzaam. Volgzaam.

Maar laat ons eerlijk zijn.
Ik zou nu even ver staan.
Ook dat zou niet werken.

Je eigen weg gaan.
Hoe doe je dat?
Als je altijd hebt gevolgd.

Eén keer heb ik dit mantra niet gevolgd.
Toen ik de Liefde tegen kwam.
Niet dat ik plots stout, luidruchtig en rebels werd.
Maar de keuze was toch minder evident
waardoor braaf, zwijgzaam en volgzaam niet opging.

Misschien is de tijd rijp
om het juk met dit mantra
van me af te werpen.

Niet om stout, luidruchtig en rebels te worden.
Want zo ben ik niet.
En het zou evenzeer ‘een volgen’ zijn
maar dan van een andere groep.

Nee, het is tijd om mijn eigen weg te gaan.

Ik start hier.
Ik zal schrijven waarover ik wil schrijven,
op de manier zoals ik het goed vind.
Of het nu (graag) gelezen wordt of niet.

Ik ga mijn eigen weg.

Column·Het schrijversleven·Verhalen

De ontdekking van het schrijversbestaan

Buiten raast de wind door de bomen.
Bladeren in vele kleuren dwarrelen op de grond neer.

Zo guur als het buiten is, zo gezellig is het binnen.
Enkele kaarsjes te midden van wat sparappels.
Een vrolijke eekhoorn en een lachende egel kijken me vrolijk aan.

Met de voeten omhuld in warme pantoffels plof ik me neer in m’n schrijversstoel.
Een kop koffie bij de hand.

Losse ideeën komen en gaan.
Andere teksten worden herschreven.
Uren aan een stuk wijd ik me aan dit nieuwe leven: het schrijversleven.
Wie had ooit gedacht dat ik hier zoveel plezier aan zou beleven.
Je rolt niet zomaar in het schrijversbestaan. Ik toch niet. Integendeel.

Als kind was ik er altijd van overtuigd dat schrijven niet aan mij besteed was,
des te meer aan mijn zus. Zij had een overvloed aan fantasie.
Sprookjes schrijven, verhalen noteren, opstellen maken,…
Daarvoor moest je bij haar zijn.

Tijdens m’n studies en later in het werkveld bleek ik die pen toch beter te hanteren.
Zakelijk schrijven dus: handleidingen opstellen, verslagen maken en uiteenzettingen opmaken. De complimenten kwamen met de regelmaat van de klok terug.
Mooi. Leuk. Maar dat is werk gerelateerd. Dus dan stopt het al snel.

Ik had vele hobby’s en bezigheden. Maar schrijven? Nee, dat zat er niet in.
Bakken deed ik als kind al. Ik nam de hobby terug op.
De collega’s van destijds hebben er veel plezier aan beleefd. Elke maandag stond er minstens één geurige taart tijdens de pauze hapklaar. Enthousiast waren ze in elk geval.

Het was de eerste blog waar ik mee experimenteerde: recepten voor bakideeën. Pruimentaart, zwarte woud taart met veel slagroom, maar ook veel chocolade-ideeën.
En toch was het geen lang leven beschoren. Ik stopte er behoorlijk snel mee. Ik had enerzijds te weinig ‘creatieve’ ideeën, en anderzijds wou ik het te goed doen. Van elke tussenstap een foto maken… Dat was niet echt haalbaar.
En laat ons eerlijk zijn: mijn lichaam was toch niet zo blij met die overtollige kilo’s.

Daarna gaf ik me over aan een andere hobby. Fotograferen. Je ziet het, dat schrijversbestaan was er nog zo snel niet. Ook dit mondde uit in een blog, een fotoblog.
Deze blog kende een minder goede start. Tja, ik mag dan wel af en toe eens een goed beeld schieten, een topfotograaf ben ik nu ook weer niet.

Dus moest er een andere meerwaarde zijn. Ik besloot hier en daar een klein tekstje bij de foto te schrijven. Teksten van bezinning en inspiratie.
En, tegen alle verwachting in, sloeg dat wel aan.
Ik kreeg hartverwarmende en pakkende reacties.
Ik keek er met gemengde gevoelens naar. De insteek was een fotoblog en dus had ik liever zulke reacties gekregen op de beelden die ik gemaakt had.
Maar het is natuurlijk altijd fijn als je te lezen krijgt dat je iemand z’n hart hebt geraakt, of dat de tranen in de ogen stonden.
Omdat de insteek een fotoblog was, strandde ook deze poging.
Het klinkt misschien ondankbaar, maar dat is het allerminst. Uiteindelijk hebben de mooie complimenten tot verdere groei geleid.

Ondertussen las ik terug wat vaker dan vroeger. Het boek ‘Tussen twee werelden’ van Franco Faggiani belandde op mijn schoot.
De vijftigjarige Leo verhuist samen met zijn autistische pleegzoon naar de bergen. Om er te leven in hun eigen tempo, ver weg van de stad. Om er brood op de plank te leggen schrijft hij korte boeken, die hij zelf voorziet van foto’s uit zijn omgeving.
Het is een beeld dat me nooit meer heeft los gelaten. Als een droombeeld. Het is de eerste keer dat ik er zelf aan dacht om te beginnen met schrijven. De fotoblog had bewezen dat ik het kon, en dat ik er eigenlijk ook wel plezier in vond.

Maar ja, waar moest ik dan over schrijven. Fictie? Dat zou pas een lachertje worden.
Non-fictie? Over welk thema? Ik heb geen specialisaties…
Het plan bleef in de kast liggen.

Maar de complimenten over schrijven keerden regelmatig terug. Met vaak als laatste zin ‘Je moet daar iets mee doen’. Wat kan een zoektocht soms lang duren…

Lezen in plaats van schrijven. Dat werd het voorlopig. Ik las o.a. ‘Caravandagen‘ van Evelien De Vlieger, en ‘Op het opabankje’ van Jos Lammers. Verhalen en columns uit het leven gegrepen.

En plots komen de verschillende mogelijkheden uit het niets aanwaaien: foto’s met inspirerende teksten, recensies van boeken, en verhalen uit het leven gegrepen. Een mooie bundeling van variërende teksten, woorden en beelden.

Het leidt tot een derde poging van een blog. Een schrijversblog. Dit blog: Inge Schrijft.
Derde keer, goede keer? Wie zal het zeggen? Ik heb geen glazen bol, en wellicht maar goed ook. Anders had ik de vorige pogingen nooit ondernomen. Maar ze hebben wel bij gedragen tot waar ik nu sta.

Zo belandde ik dus in het schrijversbestaan.
De toekomst zal wel uitwijzen of het een lang leven beschoren is.

Als we er maar telkens opnieuw plezier aan beleven 🙂

Column·Het reizigersleven·Verhalen

In het spoor van Michiel

De fotograaf Michiel Hendryckx heeft me steeds weten te bekoren.
Niet alleen omwille van z’n foto’s, maar vooral de samenhorigheid tussen foto én tekst betekent, in mijn ogen, een enorme meerwaarde voor zijn werk. Het doet je langer naar een foto kijken. Het verhaal bij de foto maakt het plaatje compleet.

Hij gaat op zoek naar ontroering, naar het mooie in de wereld.
En hij weet dit op een geheel eigen manier vorm te geven.
Dolen” is voor hem verwonderd en onbevangen genieten van de wereld.

In één van z’n boeken stelt hij het verlangen dat de lezer hem achterna reist, niet om hem te kopiëren maar als inspiratiebron om de wereld te ontdekken, zich te laten ontroeren, zich te laten verwonderen, te kijken zonder deel te nemen, te kijken zonder oordeel. Om op een onbevangen wijze met de wereld om te gaan.

En toen besloot ik hem achterna te reizen…
Soms naar dezelfde bestemmingen. Maar evenzeer andere bestemmingen.
Het gaat hem niet om de bestemming op zich, maar de wijze waarop je onbevangen met de wereld omgaat.

En, geheel toevallig, heb ik voor hetzelfde medium gekozen: een foto en een bijpassende tekst. Weliswaar vanuit een eigen perspectief en een eigen interesseveld. De mens zal dus minder vaak het onderwerp zijn in mijn foto’s. Maar net zoals bij Michiel verkies ik een ‘natuurlijke’ foto zonder gebruik van Photoshop.

Zo trek ik verder, met een open en nieuwsgierige blik, zonder vooropgezet plan.

Deze beelden kan je terug vinden op deze pagina: Gedichten – Inge Schrijft

Column·Het schrijversleven·Verhalen

De start van een nieuw verhaal

Een leven lang op zoek naar het kleine geluk in de wereld, op zoek naar verwondering.
Telkens opnieuw kom ik uit bij woorden en beelden.

Woorden in een quote die me raken tot in het diepst van m’n hart.
Verhalen die blijven hangen. Boeken die schoonheid brengen.

Beelden in de vorm van foto’s.
Landschappen die nog lange tijd nazinderen op mijn netvlies.
Foto’s die de pracht en de schoonheid van de wereld dichterbij brengen.

Aanvankelijk woorden en beelden van anderen die mijn leven verrijken.
Later de eerste stappen in het creëren van eigen beelden.
En nog later brachten die eigen beelden inspiratie tot het creëren van eigen woorden.

En zo wordt het tijd om beide samen te brengen, in de start van een nieuw, eigen verhaal. De start van deze blog.

Woorden die beelden versterken. Beelden die woorden meer kracht geven.
Maar evenzeer beelden zonder woorden. Of woorden die geen beelden nodig hebben.

Welkom bij Inge Schrijft.