Column·Het innerlijke leven·Verhalen

Ruimte innemen

Hoe neem je eigen ruimte in
in een wereld
die oorverdovend is
als je geen behoefte hebt aan spreken
en liever zwijgt?

Hoe neem je eigen ruimte in
in een wereld
die verwilderd om zich heen grijpt en slaat
die zich heeft overgegeven
aan een moeras van emoties
als je zelf in alle rust toekijkt
en geen behoefte hebt aan chaos?

Hoe neem je eigen ruimte in
in een wereld
waar je zo weinig gemeenschappelijk mee voelt
die je vooral probeert iemand anders te laten zijn
in plaats van te laten zijn wie je bent?

Omdat graag alleen zijn
een nog groter taboe is dan vroeger.

Omdat graag alleen zijn
volgens zovelen getuigt
van onopgeloste trauma’s
of het niet willen verbinden met anderen.

Omdat graag alleen zijn
blijkbaar vooral getuigt
van niet helemaal normaal of onvolledig zijn.

Terwijl graag alleen zijn
vooral een teken is
van gewoon
te willen
‘zijn’.

Gewoon
‘zijn’
zonder meer.

Het plattelandsleven·Verhalen

Tijd nemen mag

Een buurtwinkel zoals je ze zelden nog vindt.
Schitterende kwaliteit, verse producten, mooi, verzorgde winkel.
Maar daar draait het hier nu niet om.

Je wordt er bediend met volle aandacht. Ze nemen hun tijd.
Waarbij elke handeling minutieus wordt uitgevoerd zonder enige vorm van versnelling,
of opzettelijke vertraging. Ze laten zich door niets of niemand opjagen.
Zelfs niet door een lange rij wachtenden.

Hier mag er nog tijd genomen worden.
En je kan je er in opjagen. Maar het dient tot niets.
Integendeel. Je laat je beter betoveren door hun aandacht, hun tijd, hun rust, het vertragen.

Maar hier mag het nog.
Hier mag je nog vertragen.

Als ik me niet in een dorp zou bevinden, maar in één of andere grootstad,
dan zou je vermoeden dat ze zich hebben aangesloten bij de beweging ‘the art of slow living’,
waarbij ze de handeling van het bedienen hebben verheven tot één of andere kunstvorm.
Een kunstvorm die doordrongen is van de filosofie ‘aandacht voor het nu’.

Maar ik bevind me niet in een wereldstad
maar op het Vlaamse platteland
waar zo hier en daar
de nostalgie van het verleden
en het tijd-nemen
nog niet helemaal verloren is gegaan.

Column·Het reizigersleven·Verhalen

Me-time

Zwart-wit-foto van de binnenkant van een abdij in verval.

Een tiental jaren geleden besloot ik van fotografie een serieuze hobby te maken.
Ik sloot me aan bij enkele fotoclubs en volgde diverse workshops.
Zij stippelden de foto-excursies uit en ik hoefde maar te volgen.
Ze bepaalden de onderwerpen, gaven tips voor technisch betere foto’s
en bepaalden uiteindelijk wat een sterke foto was en wat niet.

Maar stilaan liep ik vast.
Waar anderen iets fotowaardigs zagen, zag ik niets. En omgekeerd.
Bijgevolg blokkeerde ik steeds vaker op het tempo bij excursies.

Enkele jaren geleden gooide ik het roer volledig om.
Sindsdien ga ik telkens alleen op foto-uitstap.
Een volledige dag ‘me-time’.

Ik verzamel fotolocaties die mij bekoren.
Steden en straatfotografie laat ik links liggen.
Ik zoek locaties enkel nog uit omwille van de sfeer.

Ik ben niet langer op zoek naar de perfecte foto,
en dus ook niet naar de perfecte locatie of het perfecte licht.

Met m’n fototoestel en een lunchpakket begeef ik me op weg.
Ter plaatse laat ik me onderdompelen in de sfeer van het moment.
Urenlang kan ik rond dolen op een site.
Op een bankje observeer en geniet ik van de schoonheid van de omgeving.

Dan leg ik die beelden vast die mijn indrukken van die dag weergeven.
Beelden die mij bekoren en niemand anders z’n goedkeuring moeten weg dragen.

Op mijn tempo dool ik verder
zodat ik voel dat ik leef
zodat ik voel dat ik geniet.

Me-time in z’n puurste vorm.

Column·Het schrijversleven·Verhalen

Een gesloten boek

Ik ben een gesloten boek. Altijd al geweest.
Als kind. Als tiener. Als volwassene. Ook nu nog.
Slechts een enkeling slaagde er in om me te doorgronden, kende me door en door.
De spreuk ‘Stille waters hebben diepe gronden‘ kreeg ik wel vaker te horen.

En nu besluit ik een schrijversblog op te starten, met o.a. verhalen uit het leven gegrepen.
Het is geen evidente keuze.

Waarom ben ik een gesloten boek? Waarom vertel ik weinig over mezelf?
Omdat anderen niets over mij zouden mogen weten? Nee, dat is geen drijfveer.

Maar waarom zouden anderen interesse hebben in mijn verhaal?
Wat heb ik te vertellen dat een ander kan boeien?
Waarom zouden anderen mijn verhalen willen lezen?

Toen ik startte met het schrijven van korte teksten bij zelf gemaakte beelden,
liet ik voor de eerste keer in mijn ziel kijken.
En dat bleek plots zo gewaardeerd.
Ik gaf moed aan mensen. Ik gaf hen begrip. Ik gaf hen (h)erkenning.
En nochtans had ik niets gedaan. Ik had enkel maar wat woorden op papier gezet.

Nu slaag ik er beter in om dit vanuit een ander perspectief te benaderen.
Ik lees bijzonder graag oorlogsverhalen. Nochtans heb ik totaal geen interesse in de oorlog op zich: oorlogsfeiten, wapendetails, het politiek verloop,… Het boeit me weinig.
Maar toch raak ik telkens opnieuw gebeten door oorlogsverhalen.
Omdat het om persoonlijke verhalen van mensen gaat. Hun verhaal slaagt er in om mij te laten voelen wat oorlog betekent, wat het met een mens doet.
De authenticiteit ervan raakt me tot in het hart.
Het zorgt er voor dat je met een andere blik naar het leven kijkt.

Ik heb niets van die aard mee gemaakt, dat het vertellen waard is.
Maar een persoonlijk verhaal doet mensen voelen.
Het authentieke van een persoonlijk leven raakt.

Misschien kan ik in dat opzicht iets voor mensen betekenen.
Met mooie woorden en beelden.
Misschien is het de moeite waard om dat gesloten boek stilaan wat meer te openen.
Met mooie verhalen, met een lach en een traan, met gewone verhalen uit het dagelijkse leven. Maar evenzeer met af en toe een woord van troost en bemoediging.

Hierbij gun ik jullie graag een inkijk in verschillende delen van mijn leven:
het schrijversleven, het innerlijke leven, het plattelandsleven, het reizigersleven en het kattenleven bij mij thuis.

Maar ook voor gedichten en geluksmomentjes zit je hier goed.

Voel je welkom 🙂

Column·Het innerlijke leven·Verhalen

Een klein grassprietje

Mensen zeggen wel vaker dat het voor mij eenvoudig is om te leven
met zo’n gemakkelijk leven achter de kiezen.
Was het maar waar.

Ze weten niet wat er schuil gaat achter dat leven dat ze niet kennen.
Het is zoals de opmerking dat wie in het onderwijs werkt
niet weet wat werken is, omdat ze enkel de vakanties zien.
Of anderen die enkel het geld zien dat zelfstandigen binnen rijven.

Het is een feit dat mijn gezicht niet getekend is door de tand des tijds,
het verdriet uit het verleden.
Een mooi geschenk van het leven waar ik blij mee ben,
ook al volhardt het anderen in hun idee
dat ik een gemakkelijk leven heb gekend tot nu toe.

Ik zou kunnen reageren met een opsomming die het tegendeel bewijst.
Ik had net zoals die anderen kunnen kijken naar de overkant, die zoveel groener is,
mezelf wentelen in medelijden dat het leven van anderen zoveel beter is,
dat het leven oneerlijk is.

Hoe hard het leven soms ook is geweest,
ik ben altijd op zoek gegaan
naar dat ene kleine groene grassprietje
in m’n eigen tuin.

Soms zat het diep verscholen tussen veel onkruid.
Een andere keer vond ik een handjevol vrolijke sprietjes.
Als ik lang genoeg zocht,
soms tegen beter weten in,
dan vond ik hier en daar
een kleurige bloem wiens hart zich liefdevol naar de zon richtte.

Het is soms zwoegen
maar kijken naar de overkant
brengt zeker geen vreugde in mijn eigen tuin.

Ieders leven is als een rozentuin,
met rozen én doornen.
Soms voel je enkel de doornen,
maar als je wat behendiger wordt
én je richt op je eigen tuin,
dan kan je er in slagen om de doornen te ontwijken
en meer oog te hebben voor de rozen.

Column·Het plattelandsleven·Verhalen

Een wandeling zonder bestemming

Enkele jaren geleden ben ik op zoek gegaan naar een wandeling in de nabije omgeving
die me dichter bij de natuur brengt en waarvoor ik de wagen niet van stal moet halen.
Ik ben uitgekomen op een wandeling van 6 à 7 kilometer
die me langsheen de velden brengt van een typisch Vlaams landschap.

Vlak land maar door een lichte glooiing niet zo plat als aan de kust.
De glooiing biedt boeiende weidse uitzichten.
Ten minste, boeiend als je er oog voor hebt.

Het land wordt gekenmerkt door enkele boerderijen, her en der verspreid.
De akkers worden omgeven door een bonte afwisseling van stenen en houten paaltjes,
verbonden met prikkeldraad, schots en scheef neer gepland
om de grens met het aanpalend erfgoed vast te leggen.

Oude, verroeste toegangspoorten die wijzen op vervlogen tijden,
waarvan je je afvraagt of ze nog steeds dienst doen.
Achter een hoekje of bij een inkijkje tussen enkele bomen
een waterpomp op pensioen.
Een oude melkkan die werd omgebouwd tot een brievenbus.

Ik noem het mijn ‘pensioenwandeling’.
Want als je op pensioen bent dan mag je wandelen zonder bestemming,
dan kan je de tijd nemen om te zien wat je anders niet ziet.

Zo’n wandeling waarmee je elke dag begint omdat verre reizen niet meer hoeven,
omdat je dat wat dichtbij is veel meer kan appreciëren dan vroeger.

Mijn pensioenwandeling…
meer dan 20 jaar vóór mijn pensioen.

Anderzijds is het een wandeling met veel bestemmingen.
Vaak onverwacht brengt een bepaalde aanblik je naar zomerse bestemmingen.

Een rij bomen, badend in een zacht licht, en heerlijk lange schaduwen,
kan heel even het gevoel van Toscane oproepen.
Soms waan je je in Frankrijk,
met een veld vol gele bloemen langs de zachte glooiing van het land,
in het gouden licht van een ondergaande zon.

Voor velen misschien een hele saaie wandeling,
maar als je je zintuigen ten volle hun werk laat doen,
dan brengt het je telkens opnieuw verwondering en schoonheid.

Column·Het reizigersleven·Verhalen

Toppenverzamelaars

Toppenverzamelaars. Ik vind het een magnifiek woord.
Het staat voor bergbeklimmers die zoveel mogelijk bergtoppen
aan hun verzameling willen toevoegen.
Maar je hoeft geen bergbeklimmer te zijn om toppen te verzamelen.

De Zugspitze is de hoogste berg in Duitsland, op de grens met Oostenrijk.
Vanuit beide landen kan je de kabelbaan nemen die je brengt
naar een platform in de omgeving van de Zugspitze.

Je vertoeft er letterlijk tussen de bergtoppen in vele tinten blauw.
Vaak ga je letterlijk op tussen de wolken die je alle zicht benemen.
Om kort nadien toeschouwer te worden van een magnifiek landschap
dat zich voor je ogen ontvouwt.

Je ruikt er de frisheid van de ongerepte natuur
en proeft er de kilte van het hooggebergte.
Je hoort er de wind en oprukkende kraaien
die cirkelen boven de mensen op zoek naar verloren etensresten.

De hoogste bergtop wordt geflankeerd door een kruis.
De ‘echte’ bergbeklimmers nemen geen kabelbaan
om de 2962 meter hoge berg te beklimmen.

Maar er zijn nog zoveel andere toppenverzamelaars
die niet tevreden zijn met een blik op die ene bergtop.
Ze hebben geen oog voor de stille natuurpracht.
Hun enige doel is een selfie met het kruis op de bergtop.

Ze moeten daarvoor eerst klauterend afdalen van het platform
om dan met handen en voeten
halsbrekende toeren te verrichten langs puntige rotsen omhoog.
En dan langs een dunne richel
met een indrukwekkend ravijn langs de flanken.

Onvoorbereid, in short en t-shirt,
op sandalen of eenvoudige sneakers,
in temperaturen die net boven het vriespunt uitkomen,
zoon en dochterlief van nog geen vijf jaar oud
meezeulend in hun kielzog.
Waanzin ten top.

Maar achteraf heb je een selfie als bewijs,
en ogen die niets hebben gezien.

Het verzamelen van toppen,
al dan niet bergtoppen,
is het nieuwe goud in deze tijd.

Het voelen van adrenaline gaat boven het uitdiepen van onze zintuigen.

Column·Het innerlijke leven·Het schrijversleven·Verhalen

Een leven lang op zoek naar woorden

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Ik was een gezonde peuter
maar praten deed ik niet.
Een omgeving vol bezorgdheid
maar niet m’n moeder.
Zij had vertrouwen.
‘Geef haar de tijd, het komt goed.’
Ik zat in de 2de kleuterklas
toen ik de eerste woorden vond
maar ze lieten zich niet makkelijk vinden.

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Een zus als een spraakwaterval.
De woorden die ik te weinig had, had zij te veel.
Knikken, dat kon ik goed.

Op school was ik de ‘stille’
en dus geliefd bij de juf of de meester.
Maar van klasgenootjes kreeg ik wel vaker te horen
dat ik wat meer mocht zeggen.

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Discussies, ruzies,
woordenwisselingen, meningsverschillen.
Radeloos,
machteloos
zocht ik naar de woorden
om me kenbaar te maken
maar ik vond ze niet.

Steeds vaker kwamen de tranen
tranen van verdriet
om de woorden die ik niet vond.

Zakelijke woorden.
Op school. Op het werk.
Ja, die waren er.
Maar woorden
om mezelf kenbaar te maken
om mezelf uit te drukken
nee, die had ik niet.

Tranen liepen telkens opnieuw over m’n wangen.
Voor elk verloren woord een traan.

Een leven lang op zoek naar woorden
verstopt in m’n hoofd
maar ik vond ze niet.

Na meer dan veertig jaar
besluit ik de pen te nemen.
En plots komen die woorden
waar ik zo lang naar heb gezocht.

Ze zaten niet in m’n hoofd.
Ik zocht op de verkeerde plek.
Ze zitten in m’n hart.

Een leven lang op zoek naar woorden.
Nu besluit ik te schrijven.
Ik, degene die een leven lang geen woorden vond, ik ga schrijven.

Column·Het innerlijke leven·Verhalen

Onzekerheid

Ik ben van nature een rustig persoon.
Om die rust en harmonie te bewaren probeer ik onzekerheden
zoveel als mogelijk uit mijn leven te bannen.
Maar onzekerheden dragen soms ook kansen in zich.
Ze bieden de mogelijkheid tot vernieuwing en verandering.

We moeten niet veranderen om te veranderen, of ons vergalloperen in vernieuwing.
Ook al lijkt dat wel het devies van de huidige tijd.
Maar als je vast zit en de huidige omstandigheden bieden geen uitweg,
beloven geen kans op beterschap, ondanks de vele pogingen van geduld,
dan is het soms toch nodig om in te zetten op vernieuwing.

Het nemen van een risico opent dan deuren naar nieuwe bestemmingen,
die ongetwijfeld leiden tot beterschap.
Het verdragen van onzekerheid is dan een nieuwe eigenschap
die we moeten ontwikkelen, of zelfs omarmen.

Vertrouwen dat het goed komt, zonder krampachtig vast te houden,
maar een rustig loslaten van die angst,
in het rotsvast geloof dat wijsheid voortkomt uit rust,
en niet opgeslagen ligt in het maken van zorgen.

Ik laat de onzekerheid toe
zodat nieuwe mogelijkheden
zich in alle rust kunnen ontwikkelen.

Column·Een kattenleven·Verhalen

Als katten zelf hun baasje kiezen

Lekker knus zit ik in de sofa, met aan m’n voeten twee lieve katjes.
Het ene poesje ligt in haar mandje, opgerold tot een broos, lief wezentje dat je zo wilt knuffelen.
De andere kat ligt languit op de mat voor de tv, klaar om gestreeld te worden.

Enkele jaren geleden zat ik hier alleen, zonder huisdieren die me gezelschap hielden.
Hieronder lees je het merkwaardige verhaal hoe deze lieve diertjes mijn leven binnen wandelden.
Letterlijk binnen wandelden…

Ik woon in een gelijkvloers appartement met een kleine tuin.
Een groot schuifraam over de hele breedte geeft toegang tot die tuin.

Enkele jaren geleden, op een zonnige maar frisse januari-ochtend staan daar plots twee paar ogen naar mij te gluren. Twee katjes staan broederlijk en zusterlijk naast elkaar naar binnen te turen.
De buurt kent wel meerdere katten maar nog nooit heeft een kat zo dicht in de tuin zich zo komen opdringen. Of mij zitten observeren. En nu staan ze daar plots met twee. Mooi in katten-zit-houding.

Het ene katje is heel tenger gebouwd. Grijs-zwart gestreept patroon. Een zwarte lijn op haar ruggengraat. Een wit hangbuikje als een wollen pluisje. Witte voetjes. En een lief, teder snoetje. Met ogen die recht door je heen kijken.
Een pracht van een katje.

De andere kat, wellicht een mannetje, is struis gebouwd. Helemaal zwart, maar eveneens witte poten. Vol zelfvertrouwen. Stevig opgericht.

Ik schenk er niet te veel aandacht aan, hoe lieflijk ze ook zijn.
Ze zien er goed verzorgd uit, dus hebben ze ongetwijfeld een baasje dat op hen zit te wachten.

Maar het zijn doorzetters. Ze komen terug. Dag na dag.
Ik kijk rond in de buurtwinkels, op de palen langs de straten in de omgeving, in de brievenbus, maar nergens vind ik een boodschap dat iemand op zoek is naar z’n verloren katjes.
En toch ben ik ervan overtuigd dat het geen straatkatten zijn.
Ik zet dus ook door en geef hen geen eten en drinken, hoe hardvochtig dat ook lijkt.

Ze blijven komen. Ze geven niet op. En wachten tot ik hun boodschap begrepen heb.
Meer dan twee weken lang zetten we elk op onze eigen manier door.
Zij blijven geduldig wachten. Ik kijk rustig toe zonder iets te ondernemen.

De Liefde, die hier niet inwoont, aanschouwt het met een glimlach.
En besluit uiteindelijk: ‘Het lijkt er op dat deze katjes zelf hun eigen baasje hebben uit gezocht.’

Ik zet hen hun eerste maaltijd voor.
Het grijze katje stapt zonder schroom naar binnen. De zwarte kat houdt zich op in de tuin, aan het raam.
Zonder dat we het beseffen hebben ze elk hun favoriete ruimte toegeëigend. Dat zal later nog blijken.

Maar beiden tevreden dat hun nieuwe baasje hen eindelijk heeft begrepen!