Boeken·Non-fictie·Recensie

De buitenjongen – Paolo Cognetti

Eén van de mooiste boeken die ik ooit las was ‘De acht bergen’ van Paolo Cognetti. Bovendien heb ik een enorme voorliefde voor de bergen. Beide elementen wisten op die manier mij te overtuigen om ook dit boek te lezen.

Een dertiger is vastgelopen in zijn leven. In de hoop zijn schrijverschap terug te vinden, trekt hij voor een aantal maanden de bergen in. Zielsalleen omringt hij zich met de natuur en enkele boeken.

Door terug te keren naar de natuur leert hij zijn zintuigen terug volledig te ontwikkelen. De betovering van de natuur is niet alleen weggelegd voor het hoofdpersonage maar weet ook mij, als lezer, te vangen.

De bergen beschouwt hij als de meest volmaakte belichaming van het begrip vrijheid. Het is een gevoel van terug thuis komen, en jezelf terug te vinden. De kracht van de bergen bevindt zich in de stilte, in het vertragen.

Er straalt zo’n rust vanuit zijn woorden, zijn beschrijvingen en zijn overpeinzingen. Een ontwakend verlangen naar de bergen dat steeds intenser wordt, om het zelf te mogen beleven. Mijn geest komt tot rust, wellicht enkel te begrijpen door wie dezelfde liefde voor een berglandschap deelt.

Ik heb de roman heel graag gelezen maar het is iets minder beklijvend dan ‘De acht bergen’. ‘De buitenjongen’ blijft meer op de vlakte waardoor het minder weet te raken. Mijn gedeelde liefde voor de bergen en de mooie schrijfstijl maken het in mijn ogen toch de moeite waard.

Column·Het reizigersleven·Verhalen

Toppenverzamelaars

Toppenverzamelaars. Ik vind het een magnifiek woord.
Het staat voor bergbeklimmers die zoveel mogelijk bergtoppen
aan hun verzameling willen toevoegen.
Maar je hoeft geen bergbeklimmer te zijn om toppen te verzamelen.

De Zugspitze is de hoogste berg in Duitsland, op de grens met Oostenrijk.
Vanuit beide landen kan je de kabelbaan nemen die je brengt
naar een platform in de omgeving van de Zugspitze.

Je vertoeft er letterlijk tussen de bergtoppen in vele tinten blauw.
Vaak ga je letterlijk op tussen de wolken die je alle zicht benemen.
Om kort nadien toeschouwer te worden van een magnifiek landschap
dat zich voor je ogen ontvouwt.

Je ruikt er de frisheid van de ongerepte natuur
en proeft er de kilte van het hooggebergte.
Je hoort er de wind en oprukkende kraaien
die cirkelen boven de mensen op zoek naar verloren etensresten.

De hoogste bergtop wordt geflankeerd door een kruis.
De ‘echte’ bergbeklimmers nemen geen kabelbaan
om de 2962 meter hoge berg te beklimmen.

Maar er zijn nog zoveel andere toppenverzamelaars
die niet tevreden zijn met een blik op die ene bergtop.
Ze hebben geen oog voor de stille natuurpracht.
Hun enige doel is een selfie met het kruis op de bergtop.

Ze moeten daarvoor eerst klauterend afdalen van het platform
om dan met handen en voeten
halsbrekende toeren te verrichten langs puntige rotsen omhoog.
En dan langs een dunne richel
met een indrukwekkend ravijn langs de flanken.

Onvoorbereid, in short en t-shirt,
op sandalen of eenvoudige sneakers,
in temperaturen die net boven het vriespunt uitkomen,
zoon en dochterlief van nog geen vijf jaar oud
meezeulend in hun kielzog.
Waanzin ten top.

Maar achteraf heb je een selfie als bewijs,
en ogen die niets hebben gezien.

Het verzamelen van toppen,
al dan niet bergtoppen,
is het nieuwe goud in deze tijd.

Het voelen van adrenaline gaat boven het uitdiepen van onze zintuigen.