Column·Het reizigersleven·Verhalen

Toppenverzamelaars

Toppenverzamelaars. Ik vind het een magnifiek woord.
Het staat voor bergbeklimmers die zoveel mogelijk bergtoppen
aan hun verzameling willen toevoegen.
Maar je hoeft geen bergbeklimmer te zijn om toppen te verzamelen.

De Zugspitze is de hoogste berg in Duitsland, op de grens met Oostenrijk.
Vanuit beide landen kan je de kabelbaan nemen die je brengt
naar een platform in de omgeving van de Zugspitze.

Je vertoeft er letterlijk tussen de bergtoppen in vele tinten blauw.
Vaak ga je letterlijk op tussen de wolken die je alle zicht benemen.
Om kort nadien toeschouwer te worden van een magnifiek landschap
dat zich voor je ogen ontvouwt.

Je ruikt er de frisheid van de ongerepte natuur
en proeft er de kilte van het hooggebergte.
Je hoort er de wind en oprukkende kraaien
die cirkelen boven de mensen op zoek naar verloren etensresten.

De hoogste bergtop wordt geflankeerd door een kruis.
De ‘echte’ bergbeklimmers nemen geen kabelbaan
om de 2962 meter hoge berg te beklimmen.

Maar er zijn nog zoveel andere toppenverzamelaars
die niet tevreden zijn met een blik op die ene bergtop.
Ze hebben geen oog voor de stille natuurpracht.
Hun enige doel is een selfie met het kruis op de bergtop.

Ze moeten daarvoor eerst klauterend afdalen van het platform
om dan met handen en voeten
halsbrekende toeren te verrichten langs puntige rotsen omhoog.
En dan langs een dunne richel
met een indrukwekkend ravijn langs de flanken.

Onvoorbereid, in short en t-shirt,
op sandalen of eenvoudige sneakers,
in temperaturen die net boven het vriespunt uitkomen,
zoon en dochterlief van nog geen vijf jaar oud
meezeulend in hun kielzog.
Waanzin ten top.

Maar achteraf heb je een selfie als bewijs,
en ogen die niets hebben gezien.

Het verzamelen van toppen,
al dan niet bergtoppen,
is het nieuwe goud in deze tijd.

Het voelen van adrenaline gaat boven het uitdiepen van onze zintuigen.