Column·Het schrijversleven·Verhalen

De ontdekking van het schrijversbestaan

Buiten raast de wind door de bomen.
Bladeren in vele kleuren dwarrelen op de grond neer.

Zo guur als het buiten is, zo gezellig is het binnen.
Enkele kaarsjes te midden van wat sparappels.
Een vrolijke eekhoorn en een lachende egel kijken me vrolijk aan.

Met de voeten omhuld in warme pantoffels plof ik me neer in m’n schrijversstoel.
Een kop koffie bij de hand.

Losse ideeën komen en gaan.
Andere teksten worden herschreven.
Uren aan een stuk wijd ik me aan dit nieuwe leven: het schrijversleven.
Wie had ooit gedacht dat ik hier zoveel plezier aan zou beleven.
Je rolt niet zomaar in het schrijversbestaan. Ik toch niet. Integendeel.

Als kind was ik er altijd van overtuigd dat schrijven niet aan mij besteed was,
des te meer aan mijn zus. Zij had een overvloed aan fantasie.
Sprookjes schrijven, verhalen noteren, opstellen maken,…
Daarvoor moest je bij haar zijn.

Tijdens m’n studies en later in het werkveld bleek ik die pen toch beter te hanteren.
Zakelijk schrijven dus: handleidingen opstellen, verslagen maken en uiteenzettingen opmaken. De complimenten kwamen met de regelmaat van de klok terug.
Mooi. Leuk. Maar dat is werk gerelateerd. Dus dan stopt het al snel.

Ik had vele hobby’s en bezigheden. Maar schrijven? Nee, dat zat er niet in.
Bakken deed ik als kind al. Ik nam de hobby terug op.
De collega’s van destijds hebben er veel plezier aan beleefd. Elke maandag stond er minstens één geurige taart tijdens de pauze hapklaar. Enthousiast waren ze in elk geval.

Het was de eerste blog waar ik mee experimenteerde: recepten voor bakideeën. Pruimentaart, zwarte woud taart met veel slagroom, maar ook veel chocolade-ideeën.
En toch was het geen lang leven beschoren. Ik stopte er behoorlijk snel mee. Ik had enerzijds te weinig ‘creatieve’ ideeën, en anderzijds wou ik het te goed doen. Van elke tussenstap een foto maken… Dat was niet echt haalbaar.
En laat ons eerlijk zijn: mijn lichaam was toch niet zo blij met die overtollige kilo’s.

Daarna gaf ik me over aan een andere hobby. Fotograferen. Je ziet het, dat schrijversbestaan was er nog zo snel niet. Ook dit mondde uit in een blog, een fotoblog.
Deze blog kende een minder goede start. Tja, ik mag dan wel af en toe eens een goed beeld schieten, een topfotograaf ben ik nu ook weer niet.

Dus moest er een andere meerwaarde zijn. Ik besloot hier en daar een klein tekstje bij de foto te schrijven. Teksten van bezinning en inspiratie.
En, tegen alle verwachting in, sloeg dat wel aan.
Ik kreeg hartverwarmende en pakkende reacties.
Ik keek er met gemengde gevoelens naar. De insteek was een fotoblog en dus had ik liever zulke reacties gekregen op de beelden die ik gemaakt had.
Maar het is natuurlijk altijd fijn als je te lezen krijgt dat je iemand z’n hart hebt geraakt, of dat de tranen in de ogen stonden.
Omdat de insteek een fotoblog was, strandde ook deze poging.
Het klinkt misschien ondankbaar, maar dat is het allerminst. Uiteindelijk hebben de mooie complimenten tot verdere groei geleid.

Ondertussen las ik terug wat vaker dan vroeger. Het boek ‘Tussen twee werelden’ van Franco Faggiani belandde op mijn schoot.
De vijftigjarige Leo verhuist samen met zijn autistische pleegzoon naar de bergen. Om er te leven in hun eigen tempo, ver weg van de stad. Om er brood op de plank te leggen schrijft hij korte boeken, die hij zelf voorziet van foto’s uit zijn omgeving.
Het is een beeld dat me nooit meer heeft los gelaten. Als een droombeeld. Het is de eerste keer dat ik er zelf aan dacht om te beginnen met schrijven. De fotoblog had bewezen dat ik het kon, en dat ik er eigenlijk ook wel plezier in vond.

Maar ja, waar moest ik dan over schrijven. Fictie? Dat zou pas een lachertje worden.
Non-fictie? Over welk thema? Ik heb geen specialisaties…
Het plan bleef in de kast liggen.

Maar de complimenten over schrijven keerden regelmatig terug. Met vaak als laatste zin ‘Je moet daar iets mee doen’. Wat kan een zoektocht soms lang duren…

Lezen in plaats van schrijven. Dat werd het voorlopig. Ik las o.a. ‘Caravandagen‘ van Evelien De Vlieger, en ‘Op het opabankje’ van Jos Lammers. Verhalen en columns uit het leven gegrepen.

En plots komen de verschillende mogelijkheden uit het niets aanwaaien: foto’s met inspirerende teksten, recensies van boeken, en verhalen uit het leven gegrepen. Een mooie bundeling van variërende teksten, woorden en beelden.

Het leidt tot een derde poging van een blog. Een schrijversblog. Dit blog: Inge Schrijft.
Derde keer, goede keer? Wie zal het zeggen? Ik heb geen glazen bol, en wellicht maar goed ook. Anders had ik de vorige pogingen nooit ondernomen. Maar ze hebben wel bij gedragen tot waar ik nu sta.

Zo belandde ik dus in het schrijversbestaan.
De toekomst zal wel uitwijzen of het een lang leven beschoren is.

Als we er maar telkens opnieuw plezier aan beleven 🙂