Verhalen·Column·Het plattelandsleven

Een wandeling zonder bestemming

Enkele jaren geleden ben ik op zoek gegaan naar een wandeling in de nabije omgeving
die me dichter bij de natuur brengt en waarvoor ik de wagen niet van stal moet halen.
Ik ben uitgekomen op een wandeling van 6 à 7 kilometer
die me langsheen de velden brengt van een typisch Vlaams landschap.

Vlak land maar door een lichte glooiing niet zo plat als aan de kust.
De glooiing biedt boeiende weidse uitzichten.
Ten minste, boeiend als je er oog voor hebt.

Het land wordt gekenmerkt door enkele boerderijen, her en der verspreid.
De akkers worden omgeven door een bonte afwisseling van stenen en houten paaltjes,
verbonden met prikkeldraad, schots en scheef neer gepland
om de grens met het aanpalend erfgoed vast te leggen.

Oude, verroeste toegangspoorten die wijzen op vervlogen tijden,
waarvan je je afvraagt of ze nog steeds dienst doen.
Achter een hoekje of bij een inkijkje tussen enkele bomen
een waterpomp op pensioen.
Een oude melkkan die werd omgebouwd tot een brievenbus.

Ik noem het mijn ‘pensioenwandeling’.
Want als je op pensioen bent dan mag je wandelen zonder bestemming,
dan kan je de tijd nemen om te zien wat je anders niet ziet.

Zo’n wandeling waarmee je elke dag begint omdat verre reizen niet meer hoeven,
omdat je dat wat dichtbij is veel meer kan appreciëren dan vroeger.

Mijn pensioenwandeling…
meer dan 20 jaar vóór mijn pensioen.

Anderzijds is het een wandeling met veel bestemmingen.
Vaak onverwacht brengt een bepaalde aanblik je naar zomerse bestemmingen.

Een rij bomen, badend in een zacht licht, en heerlijk lange schaduwen,
kan heel even het gevoel van Toscane oproepen.
Soms waan je je in Frankrijk,
met een veld vol gele bloemen langs de zachte glooiing van het land,
in het gouden licht van een ondergaande zon.

Voor velen misschien een hele saaie wandeling,
maar als je je zintuigen ten volle hun werk laat doen,
dan brengt het je telkens opnieuw verwondering en schoonheid.

Boeken·Non-fictie·Recensie

Het is aan ons – Merlijn Twaalfhoven

De kunst van het verwonderen en de ontroering

Als kind was ik nooit creatief. Mijn zus was de creatieve geest, ik de denker.
Zoveel jaren later, als prille veertiger, rijpt een andere geest in mij.
Sinds enkele jaren probeer ik de creatieve component in mezelf aan te wakkeren.
Geen evidente keuze als de eeuwige ‘denker’, maar wel een keuze waar ik blij mee ben.
Het verruimt mijn wereld, maar bovenal mezelf.

Nog volop mijn creatieve geest aan het ontwikkelen, komt dit boek op het perfecte moment mijn leven binnen gewandeld. Vol ongeduld kijk ik uit naar de meerwaarde van het boek met als ondertitel ‘waarom we de kunstenaar in onszelf nodig hebben om de wereld te redden’.

De auteur richt zich tot de vergeten kunstenaar, degene die vol verhalen zat bij het haardvuur, degene die het onzichtbare en het onzegbare een plek gaf in het dagelijks leven. Deze vergeten kunstenaar werd een passieve toeschouwer, naast de specialisten die een podium kregen. De schepper, maker, verhalenverteller in elk van ons, zijn in een sluimertoestand gezet.
Hij laat ons zien hoe we met een andere zienswijze naar het leven kunnen kijken, aan de hand van een kunstenaarsmindset. Niet met de bedoeling om een groot kunstenaar te worden, maar door ‘vergeten’ delen in onszelf te herontdekken.

Voor mij persoonlijk brengt hij niet zoveel nieuws, maar de auteur vult het wel in met een bijzonder originele invalshoek, die kunstenaarsmindset.
En ook al heb ik persoonlijk weinig met muziek, zijn verhalen kan ik me levendig voorstellen. Wat zijn ‘kunstvorm’ muziek met anderen doet, hoe het anderen in beweging brengt.
Ik ben ook volledig mee met zijn betoog hoe hij de kunstenaar in elk van ons wilt aanwakkeren, om elkaar dát terug te laten zien wat we verloren waren, de kunst van verwondering en ontroering. Want dat is zonder twijfel een verrijking voor elk van ons, maar ook voor de wereld.

Mijns inziens moeten we het niet zo groots aanpakken als de auteur, om met z’n allen de wereldproblemen aan te pakken, ook al siert die ambitie hem. Het lijkt me al een mooi begin als ieder van ons terug verwondering, ontroering en schoonheid voor het alledaagse kan binnen brengen in z’n omgeving door te vertragen.

Ieder die het vermogen heeft om stilte te scheppen, oases van aandacht te creëren en gedeelde ervaringen te veroorzaken kan helpen om ons te vertragen, te verbinden en te verwonderen.

Het is de blik van een kunstenaar die ons helpt, die open houding om de wereld onbevangen én scheppend toe te treden. Geen kunst om de kunst, maar de kunst van verwondering en ontroering.
Het maakt niet uit wat je in beweging brengt, of het nu muziek, dans, schrijven of fotografie is, als het je er maar toe aan zet om jezelf uit je hoofd te halen, om terug te voelen. Zonder plan iets in beweging zetten. Zodat onrust verdreven wordt. Het is de kunst om te vertragen om je zo open te stellen voor een nieuw perspectief aan mogelijkheden.

Zowel zijn betoog als zijn verhalen lezen bijzonder vlot. Ook al vermoed ik dat hij de kunst van muziek maken beter beheerst dan de kunst van het schrijven. Maar zelfs dat versterkt zijn betoog, want het is niet de perfectie, ook niet het streven naar die perfectie, dat ons vooruit helpt.
Toch had ik liever wat meer van z’n verhalen gelezen in plaats van een soms ietwat chaotisch betoog over z’n idealen. Met meer van z’n verhalen had hij mij ongetwijfeld nog meer kunnen betoveren.

Het is trouwens ook mooi om te lezen hoe hij omgaat met machteloosheid, onzekerheid en mislukkingen. Hoe hij deze transformeert in vaardigheden en krachten.